Uitspraak
5.Het verdere verloop van de procedure
- het tussenarrest van 12 augustus 2025 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling na aanbrengen van 12 mei 2026;
6.De kern van deze zaak
7.De beoordeling
- vernietiging van het bestreden vonnis;
- het alsnog afwijzen van de vorderingen van de curator;
- veroordeling van de curator in de kosten van de procedure in beide instanties;
- terugbetaling van de bedragen die [appellant] op grond van de vonnis heeft voldaan, te vermeerderen met rente, en
- het uitvoerbaar bij voorraad verklaren van de veroordelingen.
- het bestreden vonnis te bekrachtigen;
- [appellant] te veroordelen in de kosten van het hoger beroep, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
€162.963,38 op onrechtmatige girale overboekingen van de bankrekening van [persoon A] naar de bankrekening van [appellant] of aan hem gelieerde personen (onder meer in de vorm van betaalde alimentatie). De vordering van de curator van € 517.401,00 ziet op onttrekkingen uit het vermogen van [persoon A] , te weten privé-uitgaven die [appellant] voor zichzelf (of derden), althans niet ten behoeve van [persoon A] , heeft voldaan van de bankrekening van [persoon A] .
De vraag of een volmacht is verleend en, zo ja, met welke inhoud, dient te worden beantwoord aan de hand van de maatstaven van art. 3:33 en Pro 3:35 BW. Het komt daarbij derhalve aan, kort gezegd, op hetgeen partijen (de volmachtgever en de gevolmachtigde) over en weer hebben verklaard en over en weer uit elkaars gedragingen en verklaringen hebben mogen begrijpen, waarbij in het bijzonder van belang is de verklaring of gedraging waarbij de volmacht is verleend’. Verder is van belang dat het opstellen van een levenstestament op een bepaald moment niet uitsluit dat de volmachtgever nadien zijn of haar wensen en verlangens aanvult door middel van (stilzwijgende of uitdrukkelijke) verklaringen richting de vertrouwenspersoon en dat die wensen en verlangens een richtsnoer kunnen zijn voor het handelen van de vertrouwenspersoon.
in mijn belang’(waarmee bedoeld wordt in het belang van [persoon A] ) moeten zijn. Dat wordt als zodanig ook niet weersproken door [appellant] . Verder staat onder het kopje ‘
Wanneer gebruik maken van deze volmacht?’dat [persoon A] ervan uitgaat dat [appellant] alleen dan gebruik maakt van de volmacht indien en zo lang dat gezien zijn geestelijke en/of lichamelijke toestand nodig is. Verder staat er dat, als [persoon A] naar verwachting tijdelijk ten gevolge van ziekte, afwezigheid of een andere oorzaak in de onmogelijkheid verkeert zijn belangen te behartigen en/of zijn wil te bepalen, [persoon A] wil dat de gevolmachtigde zich bij het gebruik maken van de volmacht terughoudend opstelt. Daarmee wordt volgens het levenstestament bedoeld dat de gevolmachtigde zich beperkt tot rechtshandelingen die passen in de dagelijkse gang van zaken, het uitvoeren van eventuele reeds bestaande overeenkomsten en het verrichten van handelingen die geen uitstel kunnen dulden.
In het levenstestament is ook bepaald dat [appellant] rekening en verantwoording moet afleggen. Tegen het oordeel van de rechtbank dat de laatste zin onder het kopje ‘rekening en verantwoording’ in het levenstestament per abuis is blijven staan heeft [appellant] geen grief gericht, althans niet tijdig. [appellant] heeft dit in strijd met de twee-conclusie-regel tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep nog ter discussie gesteld, maar dat is, nu gesteld noch gebleken is dat zich een van de uitzonderingen op die regel voordoen, te laat. Ook uit het feit dat het de wil van [persoon A] was dat rekening en verantwoording zou worden afgelegd door [appellant] , volgt dat met het levenstestament niet bedoeld was dat [appellant] volledig naar eigen inzicht en voor zijn eigen financiële behoeften geld aan het vermogen van [persoon A] kon onttrekken. Verder staat er in het levenstestament met zoveel woorden dat de gevolmachtigde ( [appellant] ) geen giften mag doen. Ook mag [appellant] geen loon aan zichzelf uitkeren.
Ook de verwijzing naar het arrest van dit hof van 9 september 2025 (ECLI:NL:GHSHE:2025:2457) kan hem niet baten. In die zaak ging het om de vraag of een verplichting tot het doen van rekening en verantwoording voortvloeide uit het ongeschreven recht. In de onderhavige zaak speelt die vraag niet, omdat in het levenstestament een verplichting tot het doen van rekening en verantwoording is opgenomen. Bovendien ging het in die zaak -anders dan hier- om een familierelatie.
Als jij voor mij zorgt, zorg ik voor jou.”. Volgens [appellant] was de afspraak dat als [appellant] [persoon A] zou verzorgen, [persoon A] als tegen prestatie zou zorgen voor de financiën van [appellant] . Dit kwam er op neer dat [persoon A] de kosten van [appellant] en eventuele door [appellant] gewenste aankopen zou betalen, waarbij door [persoon A] is aangegeven dat
Ook feiten dat [persoon A] in het levenstestament geen toezichthouder heeft benoemd en dat er staat dat hij [appellant] volledig vertrouwde, vormen geen bevestiging voor een dergelijke afspraak. Het feit dat [appellant] geen giften mocht doen en hetgeen het hof hiervoor over het levenstestament heeft overwogen wijzen juist op het tegendeel.
weerlegd noch bevestigd’(pagina 24 en 25). Wel constateerde VT dat [persoon A] een afhankelijkheidsrelatie had met [appellant] ( p . 24 en 25 ‘Uitkomst onderzoek’ en ‘Multidisciplinair overleg’). Omdat VT het financieel misbruik niet hard heeft kunnen maken en vanwege de weerstand bij [persoon A] kon VT niet anders dan het dossier te sluiten zonder vervolg.
Verder moet bij de afwijzende houding van [persoon A] jegens VT in ogenschouw worden genomen dat [persoon A] voor zijn verzorging en zijn in het levenstestament verwoorde wens om zo lang mogelijk op zijn boerderij te kunnen blijven wonen, volledig afhankelijk was van [appellant] . Daar komt nog bij dat [persoon A] toen hij door VT geconfronteerd werd met opvallende uitgaven ook al aangaf:
“Eh, ja , wat moet ik daar aan doen?”.Daarin ligt volgens het hof juist eerder een aanwijzing dat [persoon A] het niet overal mee eens was, maar niet wist wat hij eraan zou moeten doen.
Volgens de curator heeft [appellant] onvoldoende geconcretiseerd of aangetoond dat (en zo ja, welk deel van) de verbouwingskosten zijn besteed ten behoeve van de woning van [persoon A] , maar het hof ziet dat anders. De door [appellant] overgelegde nota’s van 18 oktober 2018 ter hoogte van € 18.425,00, 25 januari 2019 ter hoogte van € 16.000,00 en 16 mei 2017 ter hoogte van € 114.773,34 hebben alle betrekking op werkzaamheden aan [adres A] , waar de woonboerderij van [persoon A] was gelegen. Weliswaar woonde [appellant] ook op het terrein, maar alles behoorde in eigendom toe aan [persoon A] . Een zeer groot gefactureerd bedrag dateert uit 2017 en nadien heeft [persoon A] daar nog enkele jaren gewoond. Dat hiermee het belang van [persoon A] niet zou zijn gediend geweest volgt het hof niet. Aan de enkele -niet onderbouwde- opmerking van de curator tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep dat hij van de neef hoorde dat [persoon A] de verbouwing niet wilde, gaat het hof voorbij. Grief 5 slaagt in zoverre.
Als jij voor mij zorgt, zorg ik voor jou”, is hiervoor al geoordeeld dat deze niet is komen vast te staan, terwijl ten aanzien van de rechtsverhouding die wel tussen partijen gold, is geoordeeld dat misbruik is gemaakt van die rechtsverhouding en de afhankelijkheid en kwetsbaarheid van [persoon A] . Het gaat hier om het structureel jarenlang doen van (substantiële) uitgaven waardoor het vermogen van [persoon A] met de vastgestelde schadebedragen van € 521.933,60 (namelijk € 358.970,22 + € 162.963,38) is afgenomen, naast het in deze zaak niet meer aan de orde zijnde bedrag ter zake de vernietigde geldlening die [appellant] met vervalsing van de handtekening van [persoon A] had gesloten met zichzelf ten behoeve van de aankoop voor een woning voor hem, vrij van hypotheek. Het hof merkt op dat [appellant] van de koopsom van de boerderij ook een Range Rover Sport uit 2022 heeft aangeschaft voor zichzelf. Onder deze omstandigheden en gelet op de terughoudendheid bij gebruikmaking van de bevoegdheid tot matiging, ziet het hof geen aanleiding voor matiging. De omstandigheden dat [appellant] geen woning, inkomen en vermogen heeft en dakloos zou zijn, leiden niet tot een ander oordeel. Nog daargelaten dat [appellant] dit niet heeft onderbouwd, heeft [appellant] niet toegelicht waarom hij niet zou kunnen werken en in redelijkheid een inkomen zou kunnen genereren. Verder geldt dat de situatie waarin hij zich bevindt ook -en voornamelijk- de consequentie is van zijn eigen keuzes.
- de verklaring van de curator op 20 december 2023 aan de rechtbank dat er geen levenstestament bestaat in het dossier van [persoon A] ;
- de suggestie dat de verkoopopbrengst van de boerderij van [persoon A] zou zijn verdwenen of verduisterd door [appellant] ;
- het niet verstrekken van het rapport van VT, en
- het door de curator geschetste beeld dat [persoon A] in een verwaarloosde toestand verkeerde in het verzorgingstehuis, dat zijn koelkast leeg was en zijn kleding vuil.
[appellant] heeft in hoger beroep gevorderd de curator te veroordelen tot terugbetaling van de bedragen die [appellant] op grond van het vonnis heeft voldaan, te vermeerderen met rente. Het hof ziet geen aanleiding om deze vordering toe te wijzen, nu gesteld noch gebleken is dat [appellant] meer heeft voldaan dan hetgeen uit hoofde van dit hoger beroep verschuldigd is. Mocht dit wel het geval zijn, laat dit onverlet dat [appellant] in dat geval het teveel betaalde onverschuldigd heeft voldaan.
€ 139,00
€ 189,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
8.De beslissing
€ 517.401,00 te vermeerderen met wettelijke rente) en r.o. 4.6 (de veroordeling tot betaling van de proceskosten van € 13.879,47),