Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 6 augustus 2024 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 14 november 2024;
- de memorie van grieven met producties 11 en 12;
- de memorie van antwoord met producties 177 tot en met 185;
- de mondeling behandeling, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de bij H3-formulier van 30 oktober 2025 door [appellant] toegezonden producties 13 tot en met 29 en de bij H3-formulier van 11 mei 2026 door [appellant] toegezonden producties 30, 31 en 33 tot en met 36, die [appellant] bij de mondelinge behandeling bij aktes in het geding heeft gebracht;
- de bij H12-formulier van 24 oktober 2025 door de gemeente toegezonden producties 186 tot en met 204, de bij H12-formulier van 13 april 2026 door de gemeente toegezonden producties 205 tot en met 207 en de bij H12-formulier van 16 april 2026 door de gemeente toegezonden productie 208, die de gemeente bij de mondelinge behandeling bij aktes in het geding heeft gebracht.
6.De beoordeling
“Afhankelijk van het antwoord zal ik me beraden wanneer ik klacht zal indienen: vóór of na 24 november 2022.”
“blijkt dat de correspondentie van [appellant] (in welke vorm dan ook) uitsluitend ziet op het arbeidsconflict en/of het bejegeningsonderzoeken alles wat daarmee samenhangt”(onderstreping hof). Daarbij komt dat ook expliciet is verwezen naar andere afgeronde procedures. Ook het verbod onder 2) is concreet: niet alleen is aangegeven dat de grievende uitlatingen voornamelijk bestaan uit beschuldigingen en beledigingen, maar ook is een opsomming gegeven van daarbij in eerdere stukken door [appellant] gebruikte termen. Het hof zal daar bij de bespreking van de verschillende uitlatingen nader op ingaan. Daarbij geldt dat niet relevant is of aan [appellant] al dan niet een strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt: het gaat uitsluitend om de vraag of hij de aan hem door de voorzieningenrechter opgelegde verboden heeft overtreden.
“procedureschendingen en onthouden van informatie voor de commissie en rechters”.Daarmee beklaagt [appellant] zich over (personen werkzaam bij de gemeente en betrokken bij) het arbeidsconflict en alles wat daarmee samenhangt. Daarmee is sprake van overtreding van rov. 5.3 van het vonnis.
de gemeente. De nog lopende bestuursrechtelijke procedures kunnen gewoon worden afgerond en in die procedures staat het hem vrij om nadere stukken in te dienen. De vrees van [appellant] dat hij het verbod overtreedt als de gemeente die stukken zou aanmerken als overtredingen van het verbod, is niet gegrond: hij overtreedt het verbod pas als hij zich tot de gemeente wendt. [appellant] wordt niet in zijn rechtsbescherming beperkt.
- griffierechten € 2.175,00
- salaris advocaat € 5.010,00 (3 punt(en) x tarief III)
- nakosten