Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
's-Hertogenbosch
[verdachte]
- (feit l:) ‘Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod’;
- (feit 2:) ‘Medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit’,
- primair bepleit dat de verdachte van beide ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken;
- subsidiair -voor het geval het hof toch tot ‘enige’ bewezenverklaring zou komen- dat zal worden volstaan met oplegging van een gevangenisstraf waarvan de duur niet langer is dan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, althans met een zodanige straf dat geen afbreuk wordt gedaan aan de persoonlijke omstandigheden en de beperkte rol van de verdachte in deze zaak.