ECLI:NL:HR:1933:209
Hoge Raad
- Cassatie
- Fentener van Vlissingen
- Visser
- Van den Dries
- Van Gelein Vitringa
- Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Geen derdenwerking retentierecht van aannemer op huurkoopauto's
In deze zaak stond het retentierecht van een aannemer centraal. De Dordrechtsche Autogarage had herstellingen verricht aan twee automobielen die eigendom waren van de Dordrechtsche Industrieele Credietmaatschappij, welke de auto's in huurkoop had gegeven aan een derde partij. De Autogarage hield de auto's vast totdat de kosten van de herstellingen waren voldaan.
De Credietmaatschappij vorderde de afgifte van de auto's, maar de Autogarage verweerde zich met een beroep op het retentierecht op grond van artikel 1652 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Zowel de rechtbank als het hof verwierpen dit verweer, stellende dat het retentierecht alleen werkt tussen partijen van de aannemingsovereenkomst en niet tegenover derden.
De Autogarage stelde cassatie in tegen deze beslissing, stellende dat het retentierecht ook tegenover derden geldt. De Hoge Raad verwierp dit beroep en bevestigde dat het retentierecht slechts werkt tussen partijen die de aannemingsovereenkomst zijn aangegaan. De eigenares van de auto's, de Credietmaatschappij, kan zich dus niet laten tegenhouden door het retentierecht van de aannemer.
De Hoge Raad veroordeelde de Autogarage tot betaling van de kosten van het cassatieproces.
Uitkomst: Het retentierecht van de aannemer geldt niet tegenover derden zoals de eigenaar van de huurkoopauto's.