Uitspraak
Maatschappijvoor Vliegtuigbouw ‘’Aviolanda’’, gevestigd te Papendrecht, verweerster in cassatie, vertegenwoordigd door Mr. B.A. Droogleever Fortuyn, mede advocaat bij den Hogen Raad;
Hoge Raad
In deze zaak vordert eiser ontbinding van overeenkomsten met Aviolanda wegens wanprestatie en schadevergoeding. Aviolanda verweert zich met overmacht vanwege het ontbreken van materiaal. Het hof oordeelde dat de overeenkomsten nietig zijn omdat Aviolanda zonder vergunning kammen vervaardigde, wat volgens het Bedrijfsvergunningenbesluit 1941 verboden is.
Eiser stelt dat het verbod niet leidt tot nietigheid en dat hij te goeder trouw was. De Hoge Raad overweegt dat het verbod uit het Bedrijfsvergunningenbesluit 1941 niet direct tot nietigheid van de overeenkomst leidt, tenzij partijen bewust waren van het verboden karakter en dit beoogden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het hof om opnieuw te beoordelen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens veroordeelt de Hoge Raad verweerster in de kosten van cassatie.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.