ECLI:NL:PHR:2005:AU4787
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van een overeenkomst wegens ontduiking van overdrachtsbelasting bij verkoop woning
In deze zaak stond centraal of een overeenkomst van geldlening, gesloten in het kader van de verkoop van een woning waarbij een deel van de koopsom 'onder tafel' zou worden betaald, nietig is omdat deze strekt tot ontduiking van overdrachtsbelasting. De eiser had de koper van een woning gedagvaard voor betaling van een bedrag dat volgens hem als lening was verstrekt, maar de koper stelde dat de koopprijs lager was en volledig was betaald.
De rechtbank had de vordering van de eiser toegewezen, maar het hof vernietigde deze vonnissen en wees de vordering af omdat het beding dat een deel van de koopsom buiten de notariële akte zou blijven, een bij wet verboden prestatie opleverde en daarmee nietig was. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en overwoog dat een dergelijke afspraak in strijd is met de goede zeden en de openbare orde, zoals bedoeld in art. 3:40 lid 1 BW Pro.
De Hoge Raad benadrukte dat de nietigheid van het beding niet automatisch de gehele overeenkomst hoeft te raken, tenzij het beding in onverbrekelijk verband staat met de rest van de overeenkomst. De zaak liet echter onbesproken of het hier een koopovereenkomst of een geldlening betrof, en wat de gevolgen daarvan zijn. De Hoge Raad verwierp de cassatieberoepen van de eiser en handhaafde het oordeel van het hof dat het beding nietig is vanwege het oogmerk van belastingontduiking.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het beding tot 'onder tafel' betaling is nietig.