Uitspraak
“Wij zijn bovendien bang, dat een gedwongen verhuizing haar toestand ten ongunste zal beïnvloeden.
“Hoewel Wij kunnen begrijpen, dat Riton deze vordering heeft ingesteld, daar medebewoners inderdaad overlast van [verweerder]’ echtgenote ondervinden, achten Wij het niet verantwoord, nu van een opzettelijke overlast niet kan worden gesproken, de vordering toe te wijzen.”
Overwegende aangaande het eerste middel: