Uitspraak
Landbouwmaatschappij"
Getas"
N.V. te
Amsterdamtegen de uitspraak van het Gerechtshof te
's-Gravenhagevan 21 October 1959 betreffende den aan belanghebbende voor het jaar 1950 opgelegden aanslag in de vennootschapsbelasting;
Hoge Raad
In deze zaak stond de fiscale winstbepaling van een Nederlands bedrijf met een Indonesische vaste inrichting centraal, waarbij de koerswijziging van de Indonesische roepiah ten opzichte van de gulden een belangrijke rol speelde.
De Inspecteur had de winst van het Indonesische bedrijfsdeel vastgesteld in guldens, terwijl belanghebbende stelde dat de winst moest worden berekend op basis van de fiscale waarden in roepiah. Het Hof te 's-Gravenhage bevestigde de aanslag van de Inspecteur, maar de Hoge Raad vernietigde deze uitspraak.
De Hoge Raad overwoog dat de buitenlandse winst volgens het fiscale nominalistische winstbegrip moet worden vastgesteld op basis van fiscale waarden in de buitenlandse munt. Hierdoor wordt voorkomen dat wisselkoersschommelingen het transactieresultaat beïnvloeden, wat in strijd zou zijn met het nominalistische winstbegrip.
De Hoge Raad stelde dat de winst van het buitenlandse bedrijfsdeel niet lager of hoger mag zijn dan de winst die in het buitenland tot uiting komt en waarover daar belasting wordt geheven. De uitspraak vernietigt het oordeel van het Hof en de aanslag, en bevestigt dat de winstberekening in buitenlandse valuta moet plaatsvinden.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak en bepaalt dat de buitenlandse winst moet worden vastgesteld op basis van fiscale waarden in de buitenlandse valuta, waardoor valutawijzigingen de winst in guldens niet beïnvloeden.