ECLI:NL:PHR:2011:BP1473
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verrekening bronbelasting en valutaverlies bij Braziliaanse rente-inkomsten
De zaak betreft de vraag of valutaverliezen op dollarleningen aan een Braziliaanse debiteur als kosten in mindering mogen worden gebracht op de rente-inkomsten bij de berekening van de aftrek ter voorkoming van dubbele belasting volgens het belastingverdrag Nederland-Brazilië en het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001.
De belanghebbende, een Nederlandse BV, had in haar aangifte vennootschapsbelasting 2003 valutaverliezen op de hoofdsom van de leningen als kosten in mindering gebracht op de ontvangen rente. De inspecteur stelde dat deze verliezen niet als kosten mochten worden aangemerkt en dat de aftrek elders belast daarom lager moest zijn. Zowel de Rechtbank als het Hof stelden de belanghebbende in het gelijk, waarbij het Hof oordeelde dat valutaverliezen geen kosten zijn in de zin van het Besluit en dat de inspecteur zijn stelplicht niet had vervuld om het verband tussen rente en valutarisico te kwantificeren.
De Hoge Raad bevestigt dat valutaverliezen op de hoofdsom geen kosten zijn die in mindering mogen worden gebracht op de rente-inkomsten bij de berekening van de verrekening van bronbelasting. Wel erkent de Hoge Raad dat er een verband kan bestaan tussen rente en valutarisico, maar dat dit verband moet worden gekwantificeerd en bewezen om een deel van het valutaverlies als kosten te kunnen aanmerken. De Hoge Raad wijst op eerdere jurisprudentie en de tekst en strekking van het Besluit en het belastingverdrag. De conclusie is dat het valutaverlies in beginsel niet tot de kosten behoort die in mindering kunnen worden gebracht op de rente-inkomsten voor de verrekening van bronbelasting.
Uitkomst: Valutaverliezen op de hoofdsom van leningen zijn geen kosten die in mindering mogen worden gebracht op rente-inkomsten voor de verrekening van Braziliaanse bronbelasting.