ECLI:NL:HR:1962:AX7991
Hoge Raad
- Cassatie
- Boltjes
- van der Loos
- Dubbink
- Tekenbroek
- Korthals Altes
- Rechtspraak.nl
Beoordeling successierechtelijke heffing op verkrijgingen uit vennootschap en derden-beding
Belanghebbenden waren erfgenamen van een overleden vennoot in een vennootschap onder firma en maakten bezwaar tegen successierechtelijke aanslagen op verkrijgingen uit de nalatenschap, waaronder een winstaandeel en een derden-beding dat aan de weduwe commanditaire vennote rechten gaf.
Het Gerechtshof stelde vast dat het derden-beding een recht was dat waarde ontleent aan toekomstige winstaandeel boven het normale rendement en dat dit een bevoordeling ten koste van het vermogen van de overledene betrof. Het hof bevestigde de aanslagen en wees het beroep af.
De Hoge Raad oordeelde dat het derden-beding belastbaar is als verkrijging krachtens erfrecht, omdat het een bevoordeling inhoudt die onttrekking aan het vermogen van de erflater betekent. De faciliteit van artikel 22 SW Pro 1956, die een vrijstelling kan bieden bij bedrijfsvermogen, is hier niet van toepassing omdat de vordering niet geheel afhankelijk is van de waarde van de bedrijfsbestanddelen.
De Hoge Raad verwierp de cassatiegrieven en bevestigde dat ook de winst over het lopende boekjaar belast blijft. De uitspraak benadrukt dat goodwill niet buiten heffing valt indien deze waarde wordt bepaald door toekomstige winstverwachting en dat verkrijgingen krachtens derden-beding onder de heffing vallen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de successierechtelijke aanslagen op de verkrijgingen uit de nalatenschap en wijst het cassatieberoep af.