ECLI:NL:PHR:2009:BI1183
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke invorderingsvrijstelling Natuurschoonwet niet van toepassing op onderbedelingsvorderingen
In deze zaak staat centraal of de voorwaardelijke invorderingsvrijstelling van artikel 7, lid 1, van de Natuurschoonwet 1928 (NSW) ook van toepassing is op onderbedelingsvorderingen die kinderen verkrijgen op de langstlevende echtgenoot die het landgoed verkrijgt.
De feiten betreffen een nalatenschap waarin de langstlevende echtgenoot het NSW-landgoed verkrijgt en de kinderen onderbedelingsvorderingen op haar hebben. De kinderen vorderen toepassing van de NSW-faciliteit op hun vorderingen, hetgeen door de Inspecteur, Rechtbank en Hof werd afgewezen met als motief dat de tekst van artikel 7 NSW Pro de faciliteit beperkt tot verkrijgingen van onroerende zaken die als landgoed zijn aangemerkt.
Belanghebbenden stelden in cassatie dat de wetgever met de faciliteit een ruimere bedoeling had, namelijk het behoud van natuurschoon en het voorkomen van versnippering van landgoederen, en dat de faciliteit daarom ook op onderbedelingsvorderingen moet worden toegepast. De Staatssecretaris en het Hof benadrukten het onderscheid tussen een invorderingsfaciliteit en waarderingsfaciliteit en wezen op de tekstuele beperking.
De conclusie van de Procureur-Generaal analyseert uitgebreid de wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur. Hij erkent dat de tekst van artikel 7 NSW Pro strikt is, maar wijst op de problematiek dat zonder toepassing van de faciliteit op onderbedelingsvorderingen het doel van de wet – behoud van landgoederen – kan worden ondermijnd. Desondanks concludeert hij dat de huidige wettelijke tekst geen ruimte biedt voor toepassing van de faciliteit op onderbedelingsvorderingen, en dat een wetswijziging hiervoor nodig is.
De conclusie benadrukt dat de invorderingsvrijstelling strikt geldt voor verkrijgers van het landgoed zelf en niet voor schulden of vorderingen die daaruit voortvloeien, ook al zijn deze vorderingen afhankelijk van de waarde van het landgoed. Dit oordeel is in lijn met eerdere uitspraken van Rechtbank en Hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de invorderingsvrijstelling van artikel 7 lid 1 NSW niet geldt voor onderbedelingsvorderingen.