Uitspraak
[verweerder 1], wonende te [woonplaats] ,
[verweerder 2], wonende te [woonplaats] , verweerders in cassatie, vertegenwoordigd door Mr. C.R.C. Wijckerheld Bisdom, mede advocaat bij de Hoge Raad;
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of eiser het recht had om een particuliere gracht, die openbaar vaarwater is, te gebruiken voor zijn botenverhuurinrichting en rondvaartbedrijf, waaronder het aanleggen en stilliggen van vaartuigen aan zijn wal. De rechtbank had vastgesteld dat in de gemeentegrachten van Giethoorn het meren en stilliggen van boten voor verhuur en rondvaart gebruikelijk was en tot het gewone verkeer behoorde.
Het hof oordeelde echter dat dit gebruik niet zonder meer kon worden toegerekend aan particuliere grachten, ook al waren deze openbaar vaarwater, omdat de gemeente als eigenaar van haar grachten een publieke taak heeft en dit gebruik toestaat zonder tegenprestatie. Het hof vond dat eiser onvoldoende bewijs had geleverd dat een dergelijk gebruik ook bestond ten aanzien van de particuliere gracht. Hierdoor werd eiser grotendeels in zijn vorderingen afgewezen.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof terecht heeft geoordeeld dat het gebruik van de particuliere gracht niet als gewoon gebruik van openbaar vaarwater kan worden aangemerkt zonder bewijs van het plaatselijke gebruik. Ook overwoog de Hoge Raad dat beperkingen ten aanzien van het gebruik van openbaar vaarwater slechts door de beheerder kunnen worden gesteld. Het cassatieberoep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten.