Uitspraak
7 mei 1982.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of verkoper aansprakelijk kon worden gehouden voor verborgen gebreken aan een woonhuis, ondanks een contractuele uitsluiting van aansprakelijkheid. Koper stelde dat de fundering was aangetast doordat zand onder de fundering was weggezogen door een ontwateringspomp, waarvan verkoper als ingenieur en architect op de hoogte had moeten zijn.
Het hof had de aansprakelijkheid van verkoper verworpen omdat verkoper niet op de hoogte was van het gebrek en zich kon beroepen op de uitsluiting van aansprakelijkheid. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof ten onrechte niet had onderzocht of verkoper een ernstig verwijt trof wegens het niet voorzien van het ontzandingsgevolg van de pomp.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor nader onderzoek naar de vraag of verkoper zich te goeder trouw op de exoneratie kon beroepen. Tevens werd overwogen dat als verkoper de koper niet op de hoogte had gesteld van het bestaan van de pomp, dit een reden kan zijn om aansprakelijkheid niet uit te sluiten.
De zaak betreft een koopovereenkomst van een woonhuis waarbij de aansprakelijkheid voor verborgen gebreken contractueel was uitgesloten, maar waarbij de bijzondere deskundigheid van verkoper als architect en ingenieur een rol speelt bij de beoordeling van de goede trouw en aansprakelijkheid.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nader onderzoek naar de aansprakelijkheid van verkoper ondanks het exoneratiebeding.