Uitspraak
individuelearbeidsovereenkomsten waarover elke individuele werknemer, al of niet vakbondslid, zelf beslist’’. Gezien het hiervoor overwogene geeft dit oordeel van het Hof blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
19 juni 1987.
Hoge Raad
De Federacion di Trahadornan di Aruba (FTA) vorderde bij het Gerecht in Eerste Aanleg te Aruba dat de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) tussen haar en de Associated General Contractors of Aruba (AGCA) als nog van kracht werd verklaard tot 1 februari 1985 en dat AGCA uitvoering zou geven aan de bepalingen van die CAO. Het Gerecht wees deze vordering af en verklaarde FTA niet-ontvankelijk in haar vordering tot nakoming.
FTA ging in hoger beroep bij het Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen, dat het vonnis van de eerste rechter bevestigde. Tegen dit vonnis stelde FTA beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde tot vernietiging van het bestreden vonnis en verwijzing van de zaak.
De Hoge Raad stelde de vraag centraal of een werknemersorganisatie na het einde van een CAO nog nakoming kan vorderen van uit die CAO voortvloeiende normatieve verplichtingen. De Hoge Raad bevestigde dit en oordeelde dat de bindingen uit de CAO ook na afloop voortduren zolang individuele werkgevers jegens werknemers verplichtingen blijven houden die uit de CAO voortvloeien. Het Hof had een onjuiste rechtsopvatting gehanteerd door FTA niet-ontvankelijk te verklaren. Het arrest vernietigt het vonnis van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat een werknemersorganisatie ook na het einde van een CAO gerechtigd is nakoming te vorderen van uit die CAO voortvloeiende normatieve verplichtingen en vernietigt het bestreden vonnis.