Uitspraak
gevestigd te [vestigingsplaats],
gevestigd te Utrecht,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
kunnenmaken, heeft dit geen andere strekking dan dat de werkgever op vordering van een werknemersorganisatie slechts gehouden kan zijn tot het verrichten van een prestatie jegens zijn werknemers indien en voor zover deze werknemers in hun verhouding tot de werkgever op deze prestatie recht hebben. Dit moet in het dictum van de uitspraak tot uitdrukking worden gebracht, indien daarin de werkgever wordt veroordeeld tot het verrichten van een prestatie jegens zijn werknemers. [5]
wensente maken, wordt het volgende overwogen.
4.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
5.Afdoening
6.Beslissing
19 maart 2021.