Uitspraak
Eerste Kamer
Rek. nr. 7901
Br.
wonende te [woonplaats] ,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: Mr. P.C.M. de Graaf,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
niet verschenen.
8 juli 1991.
Hoge Raad
Verweerster verzocht bij de Kantonrechter de huurprijs van een bedrijfspand vast te stellen op een bepaald bedrag voor de periode 1987-1992. Na deskundigenonderzoek en gerechtelijke plaatsopneming stelde de Kantonrechter de huurprijs vast op een hoger bedrag dan verweerster had gevraagd. De Rechtbank Utrecht vernietigde deze beschikking en stelde een lagere huurprijs vast.
Verzoeker stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking. De Hoge Raad overwoog dat verbeteringen die door de huurder of diens onderhuurder op eigen kosten zijn aangebracht, niet mogen leiden tot een huurprijsverhoging. De Rechtbank had het verweer van verzoeker dat de verbouwingen niet tot huurwaarde verhoging leidden onvoldoende gemotiveerd weerlegd.
Ook was het niet duidelijk of de volledige kosten van de verbouwingen in mindering op de huurprijs gebracht konden worden, noch was de berekening van de afschrijving op de kosten voldoende gemotiveerd. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van de Rechtbank en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van de Rechtbank en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling.