ECLI:NL:GHAMS:2020:3569
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen schending zorgplicht ING bij verstrekking hypothecaire geldlening ondanks waardedaling woning
In deze civiele zaak vordert appellant een verklaring voor recht dat ING haar informatie-, zorg- en spreekplicht heeft geschonden bij het verstrekken van een hypothecaire geldlening in 2008. Hij stelt dat ING naliet hem te waarschuwen voor risico’s verbonden aan securitisatie en overkreditering, en dat de waardedaling van zijn woning een onvoorziene omstandigheid vormt.
Het hof stelt vast dat de feiten over de lening, de financiële problemen van appellant en de verkoop van de woning onbetwist zijn. ING heeft volgens het hof voldaan aan haar zorgplicht door voldoende informatie te verschaffen over de lening en het risico van restschuld. De kredietwaardigheid is zorgvuldig beoordeeld op basis van het inkomen, waarbij geen reden was om het vermogen mee te wegen.
De waardedaling van de woning wordt niet als onvoorziene omstandigheid aangemerkt, aangezien prijsschommelingen op de huizenmarkt algemeen bekend zijn. Het hof wijst ook het beroep op een bijzondere bewijslastverdeling af, omdat appellant onvoldoende concreet heeft gesteld dat ING onrechtmatig heeft gehandeld.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant af wegens ontbreken van schending van de zorgplicht door ING.