ECLI:NL:HR:1994:AA2973
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1987 en verwijst terug
Belanghebbende kreeg aanvankelijk een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over 1987, later gevolgd door een navorderingsaanslag met een hoger belastbaar inkomen. Belanghebbende was in beroep gegaan tegen deze navorderingsaanslag, waarbij het hof de aanslag had verminderd.
De kern van het geschil betrof de verkoop en afkoop van een lijfrente die belanghebbende had bedongen bij de overdracht van zijn medische praktijk aan een BV. De lijfrente werd verkocht aan een derde, B, die deze vervolgens afkocht bij de BV en een deel van zijn vordering aan belanghebbende cedeerde. Het hof oordeelde dat B slechts als tussenpersoon fungeerde voor een deel van de afkoopsom, maar gaf onvoldoende motivering voor deze conclusie.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof onvoldoende inzicht had gegeven in zijn gedachtegang omtrent de rol van B als tussenpersoon en de reële aard van de verkoop en afkoop. Daarom werd het middel gegrond verklaard en werd de zaak verwezen naar het hof Arnhem voor een volledige herbeoordeling.
Daarnaast bepaalde de Hoge Raad dat belanghebbende in de gelegenheid wordt gesteld zich uit te laten over de proceskosten en dat het reeds betaalde griffierecht wordt vergoed. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren in raadkamer op 21 september 1994.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor volledige herbeoordeling.