ECLI:NL:HR:1994:AA3012
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Wildeboer
- Urlings
- Zuurmond
- Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt Hofuitspraak over aftrekbeding bed en matras als hulpmiddel
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1991 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van f 29.379,--. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag, maar het Hof Arnhem vernietigde deze uitspraak en verminderde de aanslag tot een belastbaar inkomen van f 27.059,--. De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De zaak draaide om de vraag of de aanschaf van een hydraulisch verstelbare bedbodem en matras, gekocht op medisch advies vanwege een ernstige reumatische aandoening van de echtgenoot van belanghebbende, als een aftrekbaar hulpmiddel kon worden aangemerkt volgens artikel 46, lid 3, aanhef en onderdeel a, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Het Hof had geoordeeld dat het bed en de matras een hulpmiddel waren, maar de Hoge Raad verwierp dit oordeel omdat een bed in het algemeen tot de normale gebruiksvoorwerpen behoort en niet uitsluitend door zieken of invaliden wordt gebruikt. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof, bevestigde de uitspraak van de inspecteur en bepaalde dat de griffiekosten terugbetaald worden aan de Staatssecretaris.
De Hoge Raad achtte geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en stelde het arrest vast in raadkamer op 2 november 1994, met openbare uitspraak op 16 november 1994.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en bevestigt de aanslag van de inspecteur zonder aftrek van het bed en matras als hulpmiddel.