ECLI:NL:GHARN:2009:BK1111
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Autokosten van invalide niet aftrekbaar als buitengewone uitgaven
Belanghebbende, een invalide geboren in 1938, maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting over 2005 vanwege niet-aftrekbare autokosten en kosten voor receptloze medicijnen. De Rechtbank Arnhem had het beroep gegrond verklaard en de aanslag verminderd. Het Gerechtshof onderzocht of de autokosten als buitengewone uitgaven wegens invaliditeit konden worden aangemerkt.
Volgens het Hof kan een auto, ook al is deze aangepast voor invaliden, niet worden beschouwd als een hulpmiddel in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001, omdat het niet het enige of meest geëigende middel is voor het vervullen van een normale lichaamsfunctie. Daarnaast was niet gesteld of gebleken dat de autokosten meer waren dan die van vergelijkbare niet-invalide personen.
De kosten voor receptloze medicijnen zijn slechts tot een beperkt bedrag aftrekbaar. Het Hof vernietigde de uitspraak van de Rechtbank voor zover de aanslag was verminderd en handhaafde de aanslag zoals deze na ambtshalve vermindering door de Inspecteur was vastgesteld. Er werd geen partij in de kosten veroordeeld.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting wordt gehandhaafd na ambtshalve vermindering; autokosten van de invalide zijn niet aftrekbaar als buitengewone uitgaven.