Uitspraak
Burgemeester en Wethouders van de gemeente [Q]tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te [Z]van 2 april 1993 betreffende de aan
[Z]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende werd voor het jaar 1988 aangeslagen in de woonforensenbelasting van de gemeente [Q] wegens het beschikbaar houden van een gemeubileerde woning, in casu een woonschip, zonder hoofdverblijf in die gemeente. Na bezwaar handhaafden burgemeester en wethouders de aanslag, waarna belanghebbende in beroep ging bij het hof. Het hof vernietigde de aanslag en oordeelde dat woonschepen niet onder het begrip gemeubileerde woning vallen zoals bedoeld in artikel 275 van Pro de Gemeentewet.
De Hoge Raad stelde in cassatie vast dat het hof onjuist had geoordeeld. Volgens de Hoge Raad omvat het begrip gemeubileerde woning ook woonschepen, mits deze bestemd en geschikt zijn voor duurzame menselijke bewoning, ongeacht het daadwerkelijke gebruik. De wetsgeschiedenis ondersteunt geen beperking die woonschepen uitsluit.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing in meervoudige kamer, met inachtneming van dit arrest. Tevens werd het betaalde griffierecht aan de gemeente [Q] terugbetaald.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak voor herbeoordeling met de juiste uitleg van het begrip gemeubileerde woning inclusief woonschepen.