Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
heffingsambtenaarvan
De Friese Meren(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De heffingsambtenaar legde voor het jaar 2013 aanslagen op voor een recreatiewoning die op een bungalowpark gelegen is en werd verhuurd aan een BV die de woning aan werknemers ter beschikking stelde. De heffingsambtenaar kwalificeerde het object als niet-woning, terwijl belanghebbende stelde dat het een woning betrof.
De rechtbank Noord-Nederland oordeelde dat het object als woning moet worden aangemerkt en vernietigde de aanslag voor het gebruikersdeel en verminderde de aanslag voor het eigenaarsdeel. De heffingsambtenaar ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het hof volgde de arresten van de Hoge Raad van 16 september 2016, waarin is bepaald dat de fysieke kenmerken van het object doorslaggevend zijn voor de kwalificatie als woning, ongeacht het gebruik door verhuur. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de heffingsambtenaar ongegrond.
Belanghebbende verzocht tevens om schadevergoeding wegens waardevermindering bij verkoop, maar dit verzoek werd niet-ontvankelijk verklaard omdat belanghebbende geen zelfstandig hoger beroep had ingesteld tegen de aanslagen. Het hof veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van beperkte proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de heffingsambtenaar wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding van belanghebbende niet-ontvankelijk.