ECLI:NL:HR:1995:AA1557
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsregels voor aanvullende premieheffing sociale verzekeringen
Het bestuur van de Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging stelde bij besluit premies vast ten laste van X BV over de jaren 1984-1986 wegens bovenmatige onkostenvergoedingen. X BV stelde hiertegen beroep in bij de Raad van Beroep, die het beroep ongegrond verklaarde. In hoger beroep vernietigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak en het bestuursbesluit.
Het bestuur stelde vervolgens cassatieberoep in tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het beroepschrift in cassatie tijdig was ingediend, ondanks een vertraging door de postbezorging, omdat dit niet aan het bestuur kon worden toegerekend.
Inhoudelijk bevestigde de Hoge Raad dat de Centrale Raad van Beroep terecht oordeelde dat de werkgever niet volledig hoeft te bewijzen dat onkostenvergoedingen objectief noodzakelijk waren, maar dat het aan de werkgever is om aannemelijk te maken dat de vergoeding binnen de wettelijke uitzondering valt. Het cassatiemiddel faalde en het beroep werd verworpen.
De Hoge Raad gaf X BV de gelegenheid zich uit te laten over een mogelijke proceskostenveroordeling. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren in raadkamer op 22 maart 1995.
Uitkomst: Het cassatieberoep van het bestuur wordt verworpen en de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep blijft in stand.