ECLI:NL:RBZWB:2023:6376
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid informatiebeschikking loonheffingen over 2016-2019 bevestigd
Belanghebbende, een in Portugal gevestigde onderneming die werknemers ter beschikking stelt aan Nederlandse opdrachtgevers, kreeg een informatiebeschikking opgelegd door de inspecteur inzake loonheffingen over de periode 2016 tot en met 2019. De inspecteur had een boekenonderzoek ingesteld en verzocht herhaaldelijk om aanvullende informatie die belanghebbende niet volledig aanleverde.
Belanghebbende stelde dat de informatieverplichting niet van toepassing was en dat het boekenonderzoek onterecht was uitgebreid, mede omdat over 2016 al een onderzoek had plaatsgevonden en over 2018 geen onregelmatigheden waren gevonden. De rechtbank oordeelde dat artikel 47 van Pro de Algemene wet inzake Rijksbelastingen (AWR) van toepassing is en dat de inspecteur zich op redelijke gronden kon baseren om de informatie te vragen.
De rechtbank achtte de termijnoverschrijding van het beroepschrift verschoonbaar omdat het beroepschrift door belanghebbende tijdig was verzonden maar vermist raakte bij PostNL. Het beroep werd ontvankelijk verklaard maar inhoudelijk ongegrond, waardoor de informatiebeschikking in stand bleef. Belanghebbende kreeg de gelegenheid om alsnog binnen zes weken de gevraagde informatie te verstrekken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de informatiebeschikking terecht is afgegeven.