ECLI:NL:HR:1995:AA1559
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verliesverrekening na staking onderneming en aandeelhouderswisseling bij vennootschapsbelasting
X B.V. werd voor het jaar 1989 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd. Het geschil betrof de vraag of een boekverlies van ƒ 281.681,--, geleden bij de verkoop van activa in 1982 en 1983 na staking van de onderneming in 1981, verrekend kon worden met winst in 1989. Het Hof Arnhem bevestigde dat dit verlies niet verrekend kon worden omdat de onderneming definitief was gestaakt en er geen nieuwe onderneming was gestart vóór de aandeelhouderswisseling in 1984.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht aannam dat het verlies aan de gestaakte onderneming toerekenbaar was en dat artikel 20, lid 5, Wet op de vennootschapsbelasting 1969 dit verlies uitsluit van verrekening met latere winsten die niet ten goede komen aan de oorspronkelijke aandeelhouders. De middelen van cassatie faalden omdat het oordeel feitelijk en juridisch juist was gemotiveerd.
De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukte dat houdster- en beleggingsactiviteiten na staking niet als onderneming in de zin van artikel 20, lid 5 worden beschouwd, en dat verliezen uit de gestaakte onderneming niet met latere winsten verrekend mogen worden indien de aandelen zijn overgedragen aan derden. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde niet tot proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het boekverlies na staking niet verrekend kan worden met latere winsten.