ECLI:NL:HR:1995:AA1560
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Bellaart
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Premieplicht over loonbetalingen aan werknemers volgens Coördinatiewet Sociale Verzekering
De maatschap X, als rechtsopvolgster van een eerdere maatschap, betwistte de vaststelling van premies over het jaar 1989 door het bestuur van de Bedrijfsvereniging voor Bank- en Verzekeringswezen, Groothandel en Vrije Beroepen. Het geschil betrof de vraag of bepaalde betalingen aan werknemers, zoals loon over wachtdagen, uitkeringen ingevolge de Ziektewet en aanvullingen daarop, als loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering moesten worden beschouwd en dus premieplichtig waren.
De Rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van X ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. X stelde in cassatie dat het loonbegrip in artikel 4, lid 1, van de Coördinatiewet geen grond bood voor premieheffing over de genoemde betalingen. De Hoge Raad analyseerde de wetsgeschiedenis en concludeerde dat sinds 1 mei 1985 de wetgever duidelijk heeft beoogd dat dergelijke betalingen tot het loonbegrip behoren en premieplichtig zijn.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het oordeel van de Centrale Raad dat X als eigenrisicodrager als werkgever moet worden beschouwd, niet vatbaar is voor cassatie. De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en zag geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten. Het arrest werd op 12 april 1995 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X wordt verworpen en de premies over de betreffende loonbetalingen worden bevestigd.