ECLI:NL:HR:1995:AA1623
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad beslist over ondernemingsvermogen van landbouwgrond bij inkomstenbelasting
Belanghebbende exploiteerde tot 31 juli 1988 een land- en tuinbouwbedrijf en had in 1958 een perceel landbouwgrond gekocht dat verpacht bleef. De grond was opgenomen in het ondernemingsvermogen op de balans en werd bij de winstberekening als zodanig behandeld. Na overdracht van de onderneming en beëindiging van de pachtovereenkomst werd de grond in 1988 verkocht.
De Inspecteur corrigeerde de aangifte door het verschil tussen verkoopopbrengst en boekwaarde als winst uit onderneming te belasten. Het hof bevestigde deze aanslag en oordeelde dat de grond tot het ondernemingsvermogen behoorde, mede vanwege opname op de balans en behandeling in de winstberekening.
De Hoge Raad oordeelde echter dat de grond, die verpacht bleef en geen functie in de onderneming vervulde, tot het privévermogen behoort tenzij bij aankoop de intentie bestond deze voor de onderneming te gebruiken. De Inspecteur had onvoldoende bewijs geleverd van deze intentie. Daarom werd het hofarrest vernietigd en de aanslag verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 87.075,--. Tevens werden proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en vermindert de aanslag inkomstenbelasting tot een belastbaar inkomen van ƒ 87.075,--.