ECLI:NL:PHR:2011:BR6326
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toepassing van de foutenleer bij onjuiste vermogensetikettering in inkomstenbelasting
Belanghebbende had jarenlang een pand als ondernemingsvermogen op zijn balans opgenomen, terwijl hij noch de juridische noch de economische eigenaar was. Dit leidde tot onjuiste afschrijvingen en fiscale winstberekeningen. De Inspecteur corrigeerde dit door het inkomen te verhogen met de winst uit de onterechte vermogensetikettering.
De Rechtbank oordeelde dat het pand tot het ondernemingsvermogen behoorde, terwijl het Hof belanghebbende volgde dat het pand nooit zijn eigendom was en dus ten onrechte als ondernemingsvermogen werd behandeld. Het Hof stelde een bijtelling van € 70.000 vast als redelijke tegemoetkoming voor de fiscus.
In cassatie staat centraal of de foutenleer toepassing vindt bij onjuiste vermogensetikettering en of het Hof buiten de rechtsstrijd is getreden door de hoogte van de tegemoetkoming vast te stellen. De Hoge Raad overweegt dat de foutenleer ook hier van toepassing is en dat het pand uit het ondernemingsvermogen moet worden verwijderd met belastingheffing over de stille reserve. Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak verwezen voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor nieuwe behandeling met inachtneming van de foutenleer.