ECLI:NL:HR:1995:AA1637
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen vaste inrichting bij optreden via onafhankelijke gevolmachtigde agent
Belanghebbende, een in het Verenigd Koninkrijk gevestigde verzekeringsmaatschappij, werd voor het jaar 1984 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd in Nederland. Deze aanslag werd verminderd door de Inspecteur, maar vervolgens vernietigd door het Gerechtshof Amsterdam, dat oordeelde dat belanghebbende geen vaste inrichting in Nederland had omdat zij opereerde via een onafhankelijke gevolmachtigde agent, C B.V.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad overwoog dat het Verdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk geen grond biedt om te stellen dat een agent deels afhankelijk en deels onafhankelijk kan zijn bij het sluiten van verzekeringscontracten namens een buitenlandse onderneming.
Het Hof had geoordeeld dat C B.V. als onafhankelijke agent handelde in de normale uitoefening van haar bedrijf en dat belanghebbende daardoor geen vaste inrichting in Nederland had gevestigd. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep.
De Hoge Raad stelde belanghebbende tevens in de gelegenheid zich uit te laten over een eventuele proceskostenveroordeling. Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren in raadkamer op 28 juni 1995.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen; belanghebbende heeft geen vaste inrichting in Nederland gevestigd.