ECLI:NL:PHR:1999:AA2912
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over navordering dividendbelasting bij onjuiste belastingplicht buitenlands lichaam
Deze zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen uitspraken van het hof Amsterdam over navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting 1991 en 1992 van een in Frankrijk gevestigd lichaam (de belanghebbende).
De kern van het geschil is of navordering op grond van art. 16 lid 2 onderdeel Pro a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) mogelijk is wanneer een navorderingsaanslag wordt opgelegd ter correctie van een onjuiste verrekening van ingehouden dividendbelasting, die verband houdt met een foutieve aanname van belastingplicht in Nederland.
Het hof had de navorderingsaanslagen vernietigd omdat art. 16 lid 2 onderdeel Pro a AWR volgens het hof niet van toepassing zou zijn op gevallen waarin de aanslag zelf onjuist is vanwege een materiële fout in de belastingplicht. De Hoge Raad oordeelt dat deze beperking onjuist is en dat navordering ook kan plaatsvinden bij fouten die samenhangen met de verrekening van voorheffingen, ook als de belastingplicht onjuist is vastgesteld.
De Hoge Raad stelt dat de navordering kan plaatsvinden voor het saldo van ten onrechte geheven vennootschapsbelasting en ten onrechte verrekende dividendbelasting, mits dit niet in strijd is met het vertrouwensbeginsel. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling.