ECLI:NL:HR:1995:AA1671
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onjuiste kwalificatie verhuur
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 1986-1988. Na bezwaar en beroep bij het Gerechtshof werd de aanslag gehandhaafd. De Hoge Raad vernietigde eerder het vonnis van het Hof en verwees de zaak terug voor herbeoordeling.
In het tweede geding oordeelde het Hof dat sprake was van één prestatie door terbeschikkingstelling van een pand met bowlingbanen, wat overeenkomt met verhuur van onroerend goed, waardoor aftrek van voorbelasting werd uitgesloten. De Hoge Raad stelde echter vast dat het Hof buiten de rechtsstrijd was getreden door deze prestatie te kwalificeren, aangezien dit niet door de Inspecteur was gesteld.
De Hoge Raad oordeelde dat de terbeschikkingstelling van de bowlingbanen niet als verhuur van onroerend goed kan worden aangemerkt, omdat geen rechtstreeks verband tussen prestatie en terbeschikkingstelling was vastgesteld en de terbeschikkingstelling van de bowlingbanen niet tegen vergoeding plaatsvond.
Daarom werd de naheffingsaanslag verminderd met ƒ 15.200 aan enkelvoudige belasting en de verhoging verviel. Tevens werd belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over proceskosten. Het arrest werd op 6 september 1995 uitgesproken.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd tot ƒ 30.804 zonder verhoging.