ECLI:NL:HR:1995:AA3156
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Geen tijdsevenredige vermindering van maximum premie-inkomen bij premie volksverzekeringen voor werkzaamheden op Nederlands schip
Belanghebbende was in 1991 als deelvisser werkzaam op twee kotters: 214 dagen op een onder Nederlandse vlag varende kotter en 151 dagen op een onder Duitse vlag varende kotter. Over het inkomen van het Duitse schip werden in Duitsland premies geheven. De Inspecteur legde een aanslag op waarbij de premie volksverzekeringen werd berekend op basis van het maximum premie-inkomen zonder tijdsevenredige vermindering.
Belanghebbende stelde dat de premie volksverzekeringen slechts over het deel van het maximum premie-inkomen verschuldigd was dat correspondeerde met het aantal dagen dat hij op het Nederlandse schip werkte, dus een tijdsevenredige vermindering. Het Hof bevestigde de aanslag zonder vermindering. Het beroep in cassatie richtte zich tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat de regels van het gemeenschapsrecht, met name Verordening 1408/71, niet verhinderen dat de premie volksverzekeringen wordt berekend met toepassing van de Nederlandse heffingssystematiek inclusief het volledige maximum premie-inkomen voor het inkomen verdiend aan boord van het Nederlandse schip. Er is geen sprake van dubbele premieheffing omdat de premies in Duitsland en Nederland over verschillende perioden worden geheven. Een tijdsevenredige vermindering van het maximum premie-inkomen is niet vereist.
De Hoge Raad wees het cassatieberoep af en veroordeelde belanghebbende niet in proceskosten. De conclusie van de Procureur-Generaal tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie werd besproken, maar de Hoge Raad besloot zelf tot afwijzing van het beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de premie volksverzekeringen over het volledige maximum premie-inkomen wordt geheven zonder tijdsevenredige vermindering.