ECLI:NL:HR:1995:AA3169
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Vermogensaftrek vennootschapsbelasting bij verkoop onderneming en vermogensbestanddelen
Belanghebbende X B.V. kreeg voor het jaar 1987 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, die na bezwaar werd gehandhaafd. Het Hof vernietigde deze uitspraak en verminderde de aanslag naar een lager belastbaar bedrag. X B.V. stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De zaak betrof de vraag of X B.V. aanspraak had op vermogensaftrek over het saldo van haar vorderingen minus schulden per 1 januari 1987. De onderneming was in 1983 verkocht aan D B.V., waarna X B.V. inkomsten ontving uit winstrecht, rente en huur. Het winstrecht liep in 1987 af en het bedrijfspand werd aan D B.V. verkocht.
De Hoge Raad oordeelde dat X B.V. winst uit onderneming genoot, ook zonder toepassing van artikel 2, lid 5, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Echter, de vermogensbestanddelen die niet dienstbaar waren aan de onderneming konden geen recht geven op vermogensaftrek volgens artikel 8, lid 3, letter a, ten 4°, van de Wet. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
De Hoge Raad wees tevens af dat proceskosten werden toegewezen aan partijen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren in raadkamer op 25 oktober 1995.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat geen verdere vermogensaftrek toekomt over niet-ondernemingsgebonden vermogensbestanddelen.