ECLI:NL:HR:1995:AA3176
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- C.H.M. Jansen
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wegens ambtelijk verzuim
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg aanvankelijk een nihil aanslag vennootschapsbelasting opgelegd over 1987. Later werd een navorderingsaanslag opgelegd wegens een fout in de verliesverrekening van 1986, die niet in de aangifte was verwerkt. Het Gerechtshof Amsterdam handhaafde deze navorderingsaanslag.
In cassatie stelde de Hoge Raad vast dat de fout ontstond doordat de aangifte administratief en zonder diepgaand onderzoek was afgehandeld, waardoor het verlies over 1986 ten onrechte werd verrekend met eerdere jaren. Dit was een ambtelijk verzuim dat niet gelijkgesteld kon worden aan een eenvoudige vergissing.
De Hoge Raad oordeelde dat de navorderingsaanslag daarom ten onrechte was opgelegd en vernietigde het arrest van het Hof. Tevens werd belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over eventuele proceskostenveroordeling. De Staatssecretaris van Financiën werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Deze uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige verwerking van verliesverrekening en de grenzen van navordering bij ambtelijk verzuim.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 1987 wegens ambtelijk verzuim en gelast vergoeding van griffierechten aan belanghebbende.