ECLI:NL:HR:1996:AA1697
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid naheffingsaanslag bij te late betaling en ne bis in idem-beginsel
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg een naheffingsaanslag opgelegd wegens te late betaling van omzetbelasting over het vierde kwartaal van 1989. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde in cassatie dat de inspecteur niet bevoegd was deze aanslag op te leggen omdat eerder een naheffingsaanslag over hetzelfde tijdvak was vernietigd, en dat hierdoor het ne bis in idem-beginsel was geschonden.
De Hoge Raad overwoog dat het ne bis in idem-beginsel, zoals neergelegd in artikel 14, lid 7, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, niet in de weg staat aan het opleggen van een naheffingsaanslag wegens te late betaling nadat een eerdere aanslag was vernietigd. Dit omdat de feiten materieel verschillen: de eerste aanslag was gebaseerd op niet-betaling, de tweede op te late betaling.
Het beroep in cassatie werd verworpen, waarbij de Hoge Raad tevens geen aanleiding zag voor een veroordeling in proceskosten. Het arrest werd op 30 augustus 1996 in het openbaar uitgesproken door de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de bevoegdheid van de inspecteur tot oplegging van de naheffingsaanslag wegens te late betaling.