ECLI:NL:RBBRE:2007:BA2097
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verzuimboete wegens strijd met ne bis in idem-beginsel bij loonbelasting
Belanghebbende heeft de loonbelasting en premies volksverzekeringen over het vierde kwartaal van 2004 niet tijdig betaald. De inspecteur legde eerst een naheffingsaanslag en een boetebeschikking van €10 op, gebaseerd op een geschat bedrag van €200. Nadat belanghebbende het juiste bedrag van ruim €32.000 aangaf en betaalde, legde de inspecteur opnieuw een naheffingsaanslag en een boetebeschikking van €1.610 op over hetzelfde tijdvak.
Belanghebbende stelde dat deze tweede boete in strijd was met het ne bis in idem-beginsel, dat dubbele bestraffing voor hetzelfde feit verbiedt. De rechtbank oordeelde dat het ne bis in idem-beginsel hier van toepassing is, verwijzend naar een arrest van de Hoge Raad uit 1996. Omdat het niet tijdig betalen reeds was beboet, mocht de inspecteur niet opnieuw een boete opleggen voor dezelfde gedraging.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de tweede boetebeschikking en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van €966 en het griffierecht van €276. Het beroep werd dus toegewezen op grond van schending van het ne bis in idem-beginsel.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de tweede verzuimboete wegens strijd met het ne bis in idem-beginsel en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten.