ECLI:NL:HR:1996:AA1706
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffing omzetbelasting bij niet-zuivering douanedocumenten ondanks betwisting
X B.V., een vleesopslagbedrijf en toegelaten douane-expediteur, ontving een uitnodiging tot betaling van invoerrecht en omzetbelasting vanwege niet-zuivering van een douanedocument T1 voor communautair douanevervoer van bevroren zwezeriken van Nederland naar Oostenrijk. Na afwijzing van bezwaar door de Inspecteur, verklaarde het Hof het beroep van X B.V. niet-ontvankelijk voor het invoerrecht en bevestigde de heffing.
X B.V. stelde in cassatie dat de niet-zuivering van het document niet tot omzetbelasting mocht leiden, omdat volgens de Zesde richtlijn het belastbare feit pas ontstaat bij onttrekking aan het douaneverband en aangifte tot verbruik, wat hier niet was gebeurd. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof een juiste uitleg gaf van de Zesde richtlijn en de nationale wetgeving, waarbij het begrip invoer en het brengen van goederen in het vrije verkeer conform de douanewetgeving werd toegepast.
De Hoge Raad constateerde echter dat het Hof een onjuiste maatstaf hanteerde door te eisen dat moest worden aangetoond dat de goederen de bestemming hadden bereikt, terwijl het voldoende is aannemelijk te maken dat de goederen Nederland hebben verlaten. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing.
De uitspraak benadrukt de nauwe verwevenheid tussen douanerecht en omzetbelasting en bevestigt dat niet-zuivering van douanedocumenten leidt tot heffing van invoerrechten en omzetbelasting, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat de goederen het douanegebied hebben verlaten. De zaak illustreert de complexiteit van de toepassing van Europese richtlijnen in nationale belastingprocedures.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep, vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor nader onderzoek terug.