Uitspraak
[X]te
[Z]en van de
Staatssecretaris van Financiëntegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Arnhemvan 1 september 1994 betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 1991 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
Hoge Raad
Belanghebbende, een muziekleraar en dirigent, maakte in zijn aangifte inkomstenbelasting 1991 aftrekbaar kostenposten op voor afschrijving van een vleugel, een viool, een geluidsinstallatie en een studeer/werkkamer in zijn woning. De Inspecteur beperkte de aftrek op grond van het omvangscriterium en wees aftrek voor de werkkamer af.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en matigde de aanslag, maar de Staatssecretaris stelde cassatieberoep in. De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste uitleg gaf aan het begrip 'kantoorruimte' in de woning, dat volgens de parlementaire geschiedenis moet worden gezien als een ruimte die hoofdzakelijk bestemd is voor administratieve arbeid.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het hof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling. Het beroep van de Staatssecretaris wordt verworpen. De Hoge Raad beslist tevens over proceskosten en griffierechten in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met betrekking tot de aftrek van kosten voor de werkkamer en muziekinstrumenten.