ECLI:NL:HR:1996:AA1881
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- De Moor
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt aanslag inkomstenbelasting over waardeverandering landbouwgrond na staking onderneming
Belanghebbende had voor het jaar 1990 een aanslag inkomstenbelasting ontvangen over een belastbaar inkomen van ƒ164.003, waarvan een deel was gebaseerd op een waardeverandering van erf en ondergrond van een voormalige landbouwonderneming die was gestaakt. De Inspecteur had 60% van het verschil tussen de economische waarde en de agrarische waarde als bestemmingswijzigingswinst belast op grond van artikel 7 jo Pro. artikel 8 lid 1 aanhef Pro en letter b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag, dat werd afgewezen door de Inspecteur en bevestigd door het Hof. In cassatie stelde belanghebbende dat de waardeverandering van de grond bij overgang naar privévermogen niet belastbaar is omdat geen sprake is van een externe bestemmingswijziging, zoals bedoeld in de wet.
De Hoge Raad overwoog dat de wetswijziging van 1986 de landbouwvrijstelling beperkte door waardeveranderingen te belasten die samenhangen met het feit dat de grond voortaan buiten de agrarische sfeer wordt gebruikt, bijvoorbeeld voor woningbouw of industrieterreinen. Het enkel staken van de landbouwonderneming en voortgezet bewonen van de woning betekent echter niet dat de grond een nieuwe bestemming heeft gekregen.
Daarom is het niet in overeenstemming met de wet om de waardeverandering van de ondergrond van de woning tot de winst te rekenen op grond van staking van de onderneming en overgang naar privévermogen. De Hoge Raad vernietigde het vonnis van het Hof en de aanslag, en verlaagde het belastbaar inkomen. Tevens werd belanghebbende in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over proceskosten.
Dit arrest verduidelijkt de toepassing van de landbouwvrijstelling en het begrip bestemmingswijzigingswinst in de inkomstenbelasting bij staking van een landbouwonderneming.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslag inkomstenbelasting wegens onjuiste toepassing van bestemmingswijzigingswinst bij staking landbouwonderneming.