ECLI:NL:HR:1996:AA1941
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering van premie-obligaties onder beurskoers bij vennootschapsbelasting 1988
In deze zaak betrof het een geschil over de waardering van een pakket renteloze premie-obligaties uitgegeven door Vereniging A in 1988. Belanghebbende, een bank die een deel van de emissie had gegarandeerd en gehouden, had de obligaties gewaardeerd onder de beurskoers vanwege een relatief laag rendement en het koersdrukkend effect van directe verkoop van het gehele pakket.
Het Hof Amsterdam had geoordeeld dat goed koopmansgebruik het toestaat om de obligaties iets onder de beurskoers te waarderen, met een correctie van 5%, omdat de theoretische rendementswaarde lager was dan de beurskoers en onmiddellijke verkoop het koersniveau negatief zou beïnvloeden. De Staatssecretaris van Financiën stelde in cassatie dat per 31 december 1988 een reële marktprijs was vastgesteld en dat geen ruimte was voor waardering onder de beurskoers.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het Hof geen onjuiste rechtsopvatting bevatte en dat de waardering een feitelijke beoordeling is die in cassatie niet kan worden getoetst. Het cassatieberoep werd verworpen. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt verworpen en de waardering onder de beurskoers bevestigd.