ECLI:NL:PHR:1996:AA1941
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering obligaties onder beurskoers volgens goed koopmansgebruik
De zaak betreft een cassatieberoep van de staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam inzake de waardering van een pakket renteloze premie-obligaties uitgegeven door Vereniging A in 1988. De belanghebbende, een bank die een deel van de obligaties in bezit had, verkocht deze geleidelijk vanaf eind 1988 tot begin 1993.
Het hof oordeelde dat de obligaties, hoewel genoteerd aan de beurs, vanwege hun specifieke karakter en het feit dat onmiddellijke verkoop van het gehele pakket een koersdrukkend effect zou hebben, onder de beurskoers gewaardeerd mochten worden. Het hof stelde een correctie van 5% onder de beurskoers vast als passend volgens goed koopmansgebruik.
De staatssecretaris stelde in cassatie dat de beurskoers een reële marktprijs weerspiegelt en dat een correctie wegens laag rendement en verkoopuitstel niet gerechtvaardigd is. De Hoge Raad volgt echter de motivering van het hof dat de bedrijfswaarde voor de belanghebbende lager is dan de beurskoers vanwege het uitstel van verkoop en het lagere rendement.
De Hoge Raad concludeert dat het hof op goede gronden heeft geoordeeld dat waardering onder de beurskoers is toegestaan en dat de mate van correctie een feitelijke beoordeling betreft die in cassatie niet kan worden getoetst. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat waardering van obligaties onder de beurskoers volgens goed koopmansgebruik is toegestaan.