ECLI:NL:HR:1996:AA1948
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer C.H.M. Jansen
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastbaarheid voordeel uit aan- en verkoop panden door aandeelhouder
Belanghebbende was middellijk aandeelhouder van een vennootschap die panden verkocht aan hemzelf en een medeaandeelhouder tegen een lagere prijs dan de marktwaarde, waarna zij deze panden met winst doorverkochten aan een derde. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op met een forse verhoging, die door het Hof werd verminderd.
De Hoge Raad oordeelde dat het voordeel dat belanghebbende behaalde uit de aan- en verkoop van de panden als opbrengst van werkzaamheden in de zin van artikel 22 lid 1 letter Pro b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 moet worden aangemerkt. Het hof had terecht geoordeeld dat het plan om de panden voor eigen rekening te kopen en met winst door te verkopen, en het bewustzijn van het voordeel, leidde tot belastbaarheid.
Het beroep in cassatie faalde op alle punten, waaronder het argument dat alleen werkzaamheden na aankoop relevant zouden zijn en dat het voordeel een uitdeling van winst betrof. De Hoge Raad bevestigde dat het voordeel integraal als arbeidsopbrengst moet worden gezien, met uitzondering van het deel dat als uitdeling geldt. De proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het voordeel uit de aan- en verkoop wordt als arbeidsopbrengst belast.