ECLI:NL:HR:1996:AA1966
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer C.H.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over juiste berekening loonheffing bij vijfwekenloontijdvak
Belanghebbende ontving loon over een periode van vijf weken, waarvan een deel betrekking had op de zogenoemde 53-ste week van het jaar 1992. De inhouding van loonbelasting en premie volksverzekeringen was berekend met toepassing van de tabel voor bijzondere beloningen, terwijl het hof oordeelde dat de weektabel toegepast had moeten worden. De Hoge Raad stelt vast dat het loon over het vijfwekenloontijdvak als normaal tijdvakloon moet worden beschouwd en dat de inhouding van loonheffing moet plaatsvinden volgens de herleidingsregels van artikel 25, lid 1, van de Wet op de loonbelasting 1964.
De Hoge Raad wijst het middel van de Staatssecretaris af dat toepassing van de weektabel zou leiden tot een te hoge belastingvrije som en arbeidskostenaftrek. Wel stelt de Hoge Raad vast dat het hof ten onrechte het loon over het vijfwekenloontijdvak heeft gesplitst in vier weken en een aparte week, terwijl uitsluitend een tijdsevenredige herleiding is toegestaan. Hierdoor is de teruggaaf van loonheffing te laag vastgesteld.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en de uitspraak van de inspecteur, en bepaalt dat de teruggaaf van loonheffing moet worden verhoogd met een bedrag van ƒ 31,42, zodat het totaal terug te geven bedrag ƒ 199,01 bedraagt. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de Staatssecretaris in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en bepaalt een hogere teruggaaf loonheffing van ƒ 199,01.