ECLI:NL:PHR:2008:AX9097
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat periodiek uitbetaald vakantiegeld tot loon voor WVA behoort
In deze zaak staat centraal of periodiek uitbetaald vakantiegeld, zoals maandelijks, moet worden gerekend tot het loon in de zin van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie volksverzekeringen (WVA). Belanghebbende, een schoonmaakbedrijf, betaalde vakantietoeslag maandelijks uit en rekende deze niet tot het loon voor de WVA, waardoor zij afdrachtvermindering lage lonen toepaste. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen op, die door het Hof werden bevestigd.
Het Hof oordeelde dat periodiek uitbetaald vakantiegeld wel tot het loon behoort en dat de tekst van de wet dit duidelijk maakt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de fiscale systematiek van uitkeringen in geld en aanspraken wezenlijk verschilt. De Hoge Raad bevestigt deze lijn en wijst erop dat het loonbegrip van de WVA aansluit bij dat van de Wet op de loonbelasting 1964, waarbij bijzondere beloningen die in de regel slechts eenmaal per jaar worden toegekend, niet tot het loon behoren.
De Hoge Raad benadrukt dat het moment van betaling bepalend is voor de vraag of vakantiegeld als bijzondere beloning wordt aangemerkt. Periodieke betaling leidt ertoe dat het vakantiegeld tot het reguliere loon wordt gerekend. Dit betekent dat werkgevers die vakantiegeld in termijnen uitbetalen, het loon voor de WVA zien stijgen en daardoor mogelijk minder afdrachtvermindering ontvangen. Dit is een gevolg van hun keuze. Het gelijkheidsbeginsel wordt niet geschonden omdat de gevallen feitelijk en rechtens verschillen. De uitspraak bevestigt de bestaande jurisprudentie en beleidsbesluiten en verduidelijkt het loonbegrip voor de toepassing van de WVA.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat periodiek uitbetaald vakantiegeld tot het loon voor de WVA behoort.