Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
€ 39.290
€ 289.293
€ 250.003
€ 1.417.536
€ 338
€ 1.110
Proefprocedures stelselwijziging
2. De actuele WEVAB waarde wordt vastgesteld in overleg met de belastingplichtige. Uitgangspunt voor de thans openstaande jaren is de regionale box 3 waarde per ultimo van het openstaande jaar maal 10/9. Belastingplichtigen die deze waarde te laag vinden kunnen "tegenbewijs" leveren door een taxatie te overleggen. Met de belastingdienst wordt een afspraak gemaakt, dat na winst in de te voeren procedures, de waarde vastgesteld kan worden op basis van deze methode (dus regionale benadering met mogelijkheid van tegenbewijs). Deze methode zal op iedere balansdatum mogelijk zijn. Dus ook als per 31 december 2009 gekozen wordt voor regionale benadering kan per 31 december 2010 gekozen worden voor de tegenbewijs variant. (...)
3.Het geding in cassatie
allegrond in eigendom dient te geschieden; ook voor de landbouwgronden waarop een pachtersvoordeel rust;
4.De landbouwvrijstelling
5.Het belang van goed koopmansgebruik voor vrijgestelde activa
BNB1979/181. De dotatie aan de egalisatiereserve zoals in die zaak aan de orde, leidt er immers slechts toe dat bepaalde voordelen op een later tijdstip in aanmerking worden genomen dan het geval is indien geen egalisatiereserve wordt gevormd. In het zo-even genoemde voorbeeld met betrekking tot de toepassing van art. 10d Wet VPB 1969 daarentegen is de rente die betrekking heeft op het teveel aan vreemd vermogen, definitief verloren gegaan en heeft de wijze van waardering van de deelneming invloed op de hoogte van de totaalwinst.
niet alleen(‘reeds’) het onbelaste karakter van de herwaarderingswinst is dat strijdigheid met het voorzichtigheidsbeginsel voorkomt. In de tweede overweging wordt duidelijk dat de niet-voorzichtige waardering inderdaad ook wordt toegestaan los van het feit dat op de ongerealiseerde waardestijging de deelnemingsvrijstelling toepassing vindt. De herwaardering
op zichis gewoon niet in strijd met goed koopmansgebruik…
BNB1979/181 maakt duidelijk dat waardering van activa op hun reële waarde niet strijdig is met goed koopmansgebruik. Toegegeven, ik trek deze conclusie op basis van één arrest. Men kan dat mager achten. In dat geval wijs ik op de achtergrond waartegen waardering op de waarde in het economisch verkeer in het algemeen overeenkomstig goed koopmansgebruik wordt ervaren. Ik destilleer die achtergrond uit de enige wijze waarop men de waardering van courante effecten op marktwaarde op basis van goed koopmansgebruik kan rechtvaardigen.
BNB1997/101, ziet het onderhavige arrest op een voordeel dat niet onder de reikwijdte van de deelnemingsvrijstelling valt. Uit beide arresten kan derhalve niet worden opgemaakt of goed koopmansgebruik bepalend is voor de waardering van een deelneming
zolangde deelneming zich in de objectief vrijgestelde sfeer bevindt.
tussende mogelijke waarderingsstelsels, doch veeleer voor de keuze
vaneen toegepast
naareen gewenst waarderingsstelsel voor een deelneming zolang zij zich in de objectief vrijgestelde sfeer bevindt. [52] In dat geval zou goed koopmansgebruik in zoverre relevant zijn voor de waardering van een vrijgestelde deelneming dat aan de wijziging van een gekozen waarderingsstelsel voor een vrijgestelde deelneming dezelfde eis wordt gesteld als aan de wijziging van het waarderingsstelsel voor andere activa (en passiva), namelijk dat de belastingplichtige met de wijziging geen incidenteel fiscaal voordeel beoogt. [53]
BNB1979/181 en het onderhavige arrest maak ik op dat goed koopmansgebruik wel van toepassing is, maar dan dus in een lichtere vorm. Zo ‘dwingt’ deze lichtere variant van goed koopmansgebruik er mijns inziens wel toe dat de waardering zijn grond moet blijven vinden in een bedrijfseconomisch aanvaardbaar stelsel. Ook een jaarlijkse stelselwijziging lijkt mij niet aanvaardbaar. In de al eerder genoemde proefprocedure over de waardering van landbouwgronden staat de herwaardering naar de waarde in het economisch verkeer bij agrarische bestemming centraal. Een dergelijke herwaardering lijkt mij in overeenstemming met de lichtere variant van goed koopmansgebruik.
6.Compartimentering bij realisatie voordelen vrijgestelde activa
BNB1965/160* waarin ons hoogste rechtscollege oordeelde dat in werkelijkheid niet behaalde winst, of een niet-geleden verlies niet in de winstberekening wordt betrokken.
BNB1986/305 (…) de facto de eerste, zij het voorzichtige, stap gezet naar het formuleren van het uitgangspunt dat – in ieder geval voor wat betreft de deelnemingsvrijstelling – de toepassing van goed koopmansgebruik er niet toe kan leiden dat een objectieve winstvrijstelling niet volledig tot zijn recht kan komen. (…)
BNB1997/101 en
BNB2002/262 – de reguliere toepassing van goed koopmansgebruik zodanig bij te buigen dat een objectvrijstelling in de vorm van de deelnemingsvrijstelling ten volle tot zijn recht kan komen. De twee laatstgenoemde arresten, waarin de Hoge Raad goed koopmansgebruik omwille van een juiste totaalwinstbepaling heeft bijgebogen, betreffen echter situaties waarbij de desbetreffende voordelen c.q. nadelen (aankoopkosten) juist niet onder de reikwijdte van de deelnemingsvrijstelling vielen. Deze arresten kunnen dus geen aanwijzing vormen voor het antwoord op de vraag of goed koopmansgebruik ten principale van betekenis is bij de waardering van deelnemingen waarop de deelnemingsvrijstelling juist wél van toepassing is. (…)
7.Beschouwing
mutatis mutandiswanneer het om verliezen gaat), doordat de wetgever willens en wetens geen overgangsregeling had getroffen en daarmee had beslist dat de later te realiseren winst niet in de vrijstelling zou delen. Aldus werd geoordeeld ten aanzien van zowel landbouwgronden (HR BNB 2005/77, zie 6.3) als deelnemingen (HR BNB 2013/177, zie 6.17).
in casu:een vrijstelling (mogelijk) voortaan niet meer geldt) en de wetgever te dien aanzien geen overgangsregeling treft, zal de rechter bij latere realisatie van voordelen uit dat vermogensbestanddeel dus ten volle het nieuwe regime toepassen.