Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.2. Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
Ter zake van het houden van verblijf op [plaats 2] door personen dieniet[onderlijning Hof] als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven”. Het Hof overweegt dat als regel een ieder die door de heffingsambtenaar is uitgenodigd om aangifte te doen aan deze uitnodiging gehoor moet geven op grond van artikel 8 Algemene Pro wet inzake rijksbelastingen (hierna: Awr) in verbinding met artikel 231 Gemeentewet Pro. Dat geldt ook als de uitgenodigde zelf van mening is niet belastingplichtig te zijn. De eigen opvatting kan de constatering dat niet is voldaan aan de – formele – aangifteplicht eerst wegnemen ingeval belanghebbende de aangiftebiljetten oningevuld had geretourneerd en daarbij uitdrukkelijk en gemotiveerd had aangegeven waarom zij van mening is niet belastingplichtig te zijn (vgl. HR 27 maart 1996, nr. 31209, ECLI:NL:HR:1996:AA2004, BNB 1996/273). Dit betekent dat ook in geval belanghebbende wel argumenten had op grond waarvan zij kon menen niet belastingplichtig te zijn, de verplichting bestond om de uitgereikte aangiftebiljetten te retourneren.