ECLI:NL:HR:1996:AA2020
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Van der Putt-Lauwers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt aanslag vennootschapsbelasting wegens insolvabiliteit dochtervennootschap
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg voor het jaar 1987 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd die na bezwaar werd verminderd maar nog steeds een belastbaar bedrag van ƒ 90.560,-- betrof. De aanslag hield rekening met investeringsbijdragen en desinvesteringsbetalingen. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof Arnhem, dat de aanslag bevestigde.
In cassatie stelde belanghebbende dat correcties wegens niet-berekende rente over 1985 en 1986 niet terecht waren. De Hoge Raad oordeelde dat het niet in rekening brengen van rente vanaf 1 januari 1984 het gevolg was van de insolvabiliteit van de dochtervennootschap en niet van de aandeelhoudersrelatie. Hierdoor konden de bedragen niet als informele kapitaalstortingen worden aangemerkt.
De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis van het Hof en de aanslag van de Inspecteur, stelde het belastbare bedrag op nihil en beval vergoeding van de gemaakte griffiekosten. Belanghebbende kreeg tevens gelegenheid zich uit te laten over een mogelijke proceskostenveroordeling van de wederpartij.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de aanslag vennootschapsbelasting en stelt het belastbare bedrag op nihil wegens insolvabiliteit van de dochtervennootschap.