ECLI:NL:HR:1997:AA2075
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Pos
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onredelijkheid tariefsverhoging grafonderhoudsrechten en verwijzing naar hof
Belanghebbende was geconfronteerd met een aanslag voor grafonderhoudsrechten in 1994 van het stadsdeel B van Amsterdam, die zij betwistte. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen de uitspraak van het Hof.
De kern van het geschil betrof de aanzienlijke verhoging van het tarief voor algemeen onderhoud van eigen graven van ƒ 50,- naar ƒ 125,- per jaar. Belanghebbende stelde dat deze verhoging onredelijk was en in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, gezien de langdurige en feitelijk onopzegbare aard van het grafrecht.
De Hoge Raad bevestigde dat de rechter slechts toetst of het tarief niet hoger is dan de kosten van het onderhoud en niet bedoeld is voor andere voorzieningen. Dit oordeel werd niet bestreden. Wel oordeelde de Hoge Raad dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het verschil in tarief tussen algemene en eigen graven niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, mede omdat uit de feiten niet bleek dat rechthebbenden op eigen graven meer genot van het onderhoud zouden hebben.
Daarom werd de uitspraak van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor hernieuwde behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens werd het griffierecht van belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof wegens onvoldoende motivering over gelijkheidsbeginsel en verwijst zaak naar Gerechtshof te 's-Gravenhage.