ECLI:NL:HR:1997:AA2076
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Linde
- Bellaart
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over winstneming en verliesvoorziening bij wegenbouwprojecten in vennootschapsbelasting
De zaak betreft een cassatieberoep van X B.V. tegen de Staatssecretaris van Financiën inzake de aanslag vennootschapsbelasting over 1989. De kern van het geschil is de toepassing van goed koopmansgebruik bij winstneming op termijndeclaraties voor wegenbouwprojecten en de waardering van onderhanden werk met voorgecalculeerde verliezen.
Het Hof had de aanslag verminderd door winstneming op termijndeclaraties uit te stellen voor niet voltooide werken en bepaalde verliesvoorzieningen toe te staan. De Hoge Raad bevestigt dat termijndeclaraties niet als zelfstandige vorderingen kunnen worden beschouwd zolang het werk niet is opgeleverd, waardoor winstneming uitgesteld mag worden. Voor onderhoudswerken die materieel wel zijn voltooid maar formeel nog niet zijn opgeleverd, oordeelt de Hoge Raad dat winstneming niet uitgesteld mag worden.
Ten aanzien van verliesvoorzieningen oordeelt de Hoge Raad dat het voorzichtigheidsbeginsel toelaat dat voor het constante deel van de algemene kosten een voorziening wordt gevormd indien vaststaat dat deze kosten aan verliesgevende werken zijn toe te rekenen. De Hoge Raad verwerpt het beroep van X B.V. en vernietigt het hofarrest voor zover het de aanslag te laag heeft vastgesteld, waarna de aanslag wordt verhoogd tot een belastbaar bedrag van ƒ 8.369.757.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep van X B.V. en stelde het belastbare bedrag vast op ƒ 8.369.757.