ECLI:NL:HR:1997:AA2077
Hoge Raad
- Cassatie
- Van der Putt-Lauwers
- Van Bruncht
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over waardeverandering onroerende zaken na staking landbouwbedrijf
Belanghebbende staakte per 1 mei 1990 zijn landbouwbedrijf en bracht de tot het ondernemingsvermogen behorende onroerende zaken over naar zijn privévermogen, waarbij hij de opstallen en gronden bleef gebruiken. De Inspecteur stelde een bestemmingswijzigingswinst vast, die belanghebbende betwistte. Het Hof Amsterdam oordeelde dat de ondergrond van de opstallen voortaan buiten het kader van het landbouwbedrijf zou worden aangewend, waardoor waardeveranderingen belastbaar waren.
De Hoge Raad overwoog dat het gebruik van een woning die onderdeel was van het voormalige landbouwbedrijf en na staking werd bewoond, niet automatisch een andere aanwending van de grond inhoudt. Voor de ondergrond van het woongedeelte van de stolpboerderij was er dan ook geen sprake van een belastbare waardeverandering. Voor het bedrijfsgedeelte en overige opstallen was dat anders, omdat deze niet meer voor het landbouwbedrijf werden gebruikt.
Verder bevestigde de Hoge Raad dat de waardebepaling van de ondergrond bij voortzetting van de agrarische aanwending moet worden gehanteerd, ook als de opstallen ook anderszins gebruikt mogen worden. Gezien deze overwegingen vernietigde de Hoge Raad het arrest van het Hof Amsterdam en verwees de zaak naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Tevens werden proceskosten toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.